Door deze handelingen verwijderde Leto II zich uit de evolutionaire afstammingslijn. Hij deed het met de opzet de breuk te veroorzaken, met de woorden: 'Onafhankelijk zijn is je verwijderen.' De tweelingen zagen allebei verder dan de behoeften van het geheugen als een meetproces, dat wil zeggen, een manier om hun afstand tot hun menselijke oorsprong te meten. Maar het werd aan Leto II overgelaten om de vermetele daad te verrichten, toen hij inzag dat een echte schepping niet afhankelijk is van zijn schepper. Hij weigerde de evolutionaire reeks nog eens door te lopen en hij zei: 'Dat brengt me ook steeds verder bij de mensheid vandaan.' Hij zag de implicaties daarin: dat er in het leven geen waarlijk gesloten systemen kunnen bestaan.

De Heilige Gedaanteverandering door Harq al-Ada

A

Er waren vogels die gedijden op het insectenleven dat krioelde in het natte zand achter de verbrijzelde qanat: papegaaien, eksters en gaaien. Dit was een djedida geweest, de laatste van de nieuwe steden, gebouwd op een fundering van blootgelegd basalt. Hij was nu verlaten. Ghanima die de morgenuren gebruikte om het terrein achter de oorspronkelijke aanplant van de verlaten vest te bestuderen, bespeurde beweging en zag een gestreepte gecko hagedis. Eerder was er een gila specht geweest die in een kleiwand van de djedida nestelde.

Ze beschouwde het als een vest, maar in feite was het een verzameling lege muren, opgetrokken van stenen van samengepakte klei, omringd door aanplant die de duinen op een afstand moest houden. Hij lag in de Tanzerouft, zeshonderd kilometer ten zuiden van de Sihayarug. Zonder mensenhanden om hem te onderhouden begon de vest al weer met de woestijn te versmelten; de muren aangevreten door zandstormen, de planten stervend, de aarde van de plantages gebarsten door de brandende zon.

Toch bleef het zand achter de kapotte qanat vochtig, een bewijs van het feit dat de vierkante massa van de windval nog functioneerde.

In de maanden na hun vlucht uit Tabr hadden de vluchtelingen bescherming genoten van meerdere van zulke plaatsen die door de Woestijndemon onbewoonbaar waren gemaakt. Ghanima geloofde niet in de Woestijndemon, hoewel het zichtbare bewijs van de verwoesting van de qanat niet te ontkennen viel.

Af en toe kregen ze bericht uit de noordelijke nederzettingen door ontmoetingen met opstandige speciejagers. Een paar thoptersasommigen zeiden niet meer dan zesavoerden speurvluchten uit om Stilgar te zoeken, maar Arrakis was groot en de woestijn was een vriend voor de vluchtelingen. Volgens de geruchten bestond er een speur-en-vernietig legereenheid die opdracht had Stilgars troep te zoeken, maar de eenheid, die geleid werd door de voormalige bewoner van Tabr, Buer Argaves, had andere plichten en keerde vaak naar Arrakeen terug.

De opstandelingen zeiden dat er weinig werd gevochten tussen hun mensen en de troepen van Alia. De willekeurige verwoestingen van de Woestijndemon maakten dat de bewaking van de thuisbasis voor Alia en de Naibs de voornaamste zorg was. Zelfs de smokkelaars waren getroffen, maar men zei dat zij de woestijn afzochten naar Stilgar omdat ze de prijs die op zijn hoofd stond wilden hebben.

Stilgar had zijn troep de vorige dag net voor het donker werd de djedida binnen gebracht, achter de onfeilbare vochtzin van zijn oude Vrijmanse neus aan. Hij had beloofd dat ze spoedig naar de palmentuinen van het zuiden zouden trekken, maar hij weigerde de datum van het vertrek vast te stellen. Hoewel er een prijs op zijn hoofd stond waarmee je vroeger een hele planeet had kunnen kopen, leek Stilgar de gelukkigste en meest zorgeloze van alle mensen.

'Dit is een goede plek voor ons,' had hij gezegd, terwijl hij erop wees dat de windval nog werkte. 'Onze vrienden hebben wat water voor ons achtergelaten.'

Ze waren inmiddels een kleine troep, in totaal zestig mensen. De ouderen, de zieken en de heel jonge kinderen waren beetje bij beetje naar de palmentuinen van het zuiden gebracht en opgenomen door betrouwbare gezinnen. Alleen de taaisten waren over en zij hadden heel wat vrienden zowel in het noorden als in het zuiden.

Ghanima vroeg zich af waarom Stilgar niet wilde spreken over wat er op de planeet aan de hand was. Zou hij het niet zien? Naarmate er meer qanats kapot gemaakt werden, trokken de Vrijmans zich terug achter de noordelijke en zuidelijke lijnen die eens de omvang van hun bezittingen aangaven. Deze verplaatsing kon alleen maar een teken zijn van wat er met het Rijk aan de hand moest zijn. De ene toestand was een afspiegeling van de andere.

Ghanima haalde haar hand langs de binnenkant van de boord van haar stilpak en verzegelde het weer. Ondanks haar zorgen voelde ze zich hier opmerkelijk vrij. De innerlijke levens vielen haar niet langer lastig, hoewel ze af en toe voelde dat hun herinneringen tot haar bewustzijn doordrongen. Ze wist uit die herinneringen wat^deze woestijn eens was geweest, vA3A3r het werk van de ecologische transformatie. Hij was droger geweest, om een voorbeeld te noemen. Die niet herstelde windval werkte nog doordat hij vochtige lucht verwerkte.

Vele schepsels die vroeger deze woestijn hadden gemeden, durfden hier nu te leven. Velen uit de troep hadden opgemerkt hoe de daguilen zich vermenigvuldigd hadden. En zelfs nu zag Ghanima miervogels. Ze huppelden en dansten langs de rijen insecten die krioelden in het vochtige zand aan het uiteinde van de kapotte qanat. Je zag hier maar weinig dassen, maar buidelmuizen waren er talrijk.

De nieuwe Vrijmans werden beheerst door een bijgelovige angst, en Stilgar was geen haar beter dan de rest. Deze djedida was aan de woestijn teruggegeven nadat zijn qanat voor de vijfde maal in elf maanden verwoest was. Vier maal hadden ze de verwoestingen van de Woestijndemon gerepareerd en toen hadden ze niet langer genoeg water over om een nieuw verlies te kunnen riskeren.

In alle djedida's was het hetzelfde en ook in veel van de oude vesten. Acht van de negen nieuwe nederzettingen waren verlaten. Veel van de oude vestgemeenschappen waren drukker bewoond dan ooit tevoren. En terwijl de woestijn deze nieuwe fase inging, vervielen de Vrijmans in hun oude gedrag.

Overal zagen ze voortekenen in. Werden wormen steeds schaarser, behalve in de Tanzerouft? Het was het oordeel van Shai-Hulud! En er waren dode wormen gezien zonder dat iets erop wees waarom ze gestorven waren. Na hun dood vergingen ze heel snel tot woestijnstof, maar die uiteenvallende dode kolossen die de Vrijmans af en toe toevallig zagen, vervulden de waarnemers met hevige angst.

De afgelopen maand was de troep van Stilgar zo'n dode romp tegengekomen en het had vier dagen geduurd voor ze het gevoel van onheil hadden afgeschud. Het ding stonk naar zure en giftige rottenis. Het half vergane lijk was bovenop een reusachtige speciespuiter aangetroffen. De specie was grotendeels bedorven.

Ghanima keerde de qanat haar rug toe en keek weer naar de djedida. Recht voor haar lag een kapotte muur die eens een rnushtamal, een kleine aangebouwde tuin had beschermd. Met een gerust vertrouwen in haar eigen nieuwsgierigheid had ze die plek doorzocht en in een stenen kist had ze een voorraad platte, ongegiste speciebroden gevonden.

Stilgar had ze vernietigd met het argument: 'Vrijmans zouden nooit goed voedsel achterlaten.'

Ghanima vermoedde dat hij zich vergiste, maar het was de moeite van een ruzie of het risico niet waard. De Vrijmans waren aan het veranderen. Vroeger verplaatsten ze zich vrijelijk over de bied, aangelokt door natuurlijke behoeften: water, specie, handel. De activiteiten van de dieren waren hun wekker. Maar dieren gedroegen zich nu volgens vreemde, nieuwe ritmen terwijl de meeste Vrijmans dicht opeen kropen in hun oude holenvesten onder de schaduw van de noordelijke Pantsermuur. Speciejagers waren in de Tanzerouft zeldzaam en alleen Stilgars troep trok op de oude manier.

Ze vertrouwde Stilgar en zijn angst voor Alia. Irulan versterkte zijn argumenten nu alleen nog maar en was vervallen in vreemde Bene Gesserit mijmeringen. Maar op het verre Salusa leefde Farad'n nog steeds. Op zekere dag zou ze hem de rekening moeten presenteren.

Ghanima keek omhoog naar de grijs-zilveren ochtendhemel en ze zocht in haar geest. Waar kon ze hulp vinden? Waar was er iemand die zou luisteren als zij onthulde wat ze om hen heen allemaal zag gebeuren? Vrouwe Jessica bleef op Salusa als je de berichten mocht geloven. En Alia was een schepsel op een voetstuk dat zich nog slechts bezighield met kolossaal zijn en steeds verder afdreef van de werkelijkheid. Gurney Halleck was nergens te vinden, hoewel hij volgens de geruchten overal gezien werd. De Prediker was ondergedoken en zijn ketterse scheldpreken waren nog slechts een vervagende herinnering.

En Stilgar.

Ze keek over de kapotte muur naar Stilgar die daar hielp het spaarbekken te repareren. Stilgar zwelgde in zijn rol van wil-van-de-woestijn nu de prijs op zijn hoofd maandelijks omhoog ging.

Niets klopte meer. Niets.

Wie was die Woestijndemon, dit schepsel dat in staat was qanats te vernietigen alsof het afgodsbeelden waren die in het zand gekieperd moesten worden? Was het een wilde worm? Was het een derde macht in opstandavele mensen? Niemand geloofde dat het een worm was. Het water zou elke worm doden die het waagde een qanat aan te vallen. Veel Vrijmans meenden dat de Woestijndemon in werkelijkheid een groep opstandelingen was die erop uit waren Alia's Mahdinaat omver te werpen en Arrakis zijn oude gebruiken terug te geven. Degenen die dit geloofden zeiden dat het een goede zaak zou zijn. Die hebzuchtige apostolische erfopvolging afschudden, die weinig anders deed dan zijn eigen middelmatigheid in stand houden. Terugkeren naar de ware religie die Muad'Dib had omhelsd.

Een diepe zucht schokte door Ghanima heen. O, Leto, dacht ze. Ik ben bijna blij dat )e deze tijden niet meer hoeft mee te maken. Ik zou me graag bij je voegen, maar mijn mes moet nog bloed proeven. Alia en Farad'n. Farad'n en Alia. De oude Baron is haar demon en dat kan ik niet toestaan.

Harah kwam de djedida uit en naderde Ghanima met een stevige zand-verslindende pas. Zij bleef voor Ghanima staan en vroeg: 'Wat doe je hier in je eentje?'

'Dit is een vreemde plek, Harah. We moeten hier weg.'

'Stilgar wacht hier op iemand.'

'O? Dat heeft hij me niet verteld.'

'Waarom zou hij jou alles vertellen? Maku?' Harah gaf een klap tegen de waterzak die de voorkant van Ghanima's mantel deed opbollen. 'Ben je een volwassen vrouw die zwanger is?'

'Ik ben zo vaak zwanger geweest dat ik de keren niet meer kan tellen,' zei Ghanima. 'Hou op met die volwassene tegenover kind spelletjes!'

Harah deed een stap achteruit bij de venijnige klank van Ghanima's stem.

'Jullie zijn een troep stommeriken,' zei Ghanima terwijl ze een handgebaar maakte dat de djedida en de bezigheden van Stilgar en zijn mensen omvatte. 'Ik had nooit met jullie mee moeten gaan.'

'Je zou nu dood zijn als je het niet had gedaan.'

'Misschien. Maar jullie zien niet wat recht voor je neus staat. Op wie wacht Stilgar hier?'

'Op Buer Argaves.'

Ghanima staarde haar aan.

'Hij wordt hier in het geheim heengebracht door vrienden uit de Rode Kloof Vest,' legde Harah uit. 'Alia's speelgoedje?' 'Hij wordt geblinddoekt.'

'Gelooft Stilgar dat?'

'Buer heeft om het onderhoud gevraagd. Hij stemde in met al onze voorwaarden.'

'Waarom is mij hier niets over verteld?'

'Stilgar wist dat je ertegen zou pleiten.'

'Ertegen pleiten... Dit is waanzin!'

Harah trok een lelijk gezicht. 'Vergeet niet dat Buer...'

'Hij is familie!' snauwde Ghanima. 'Hij is de kleinzoon van Stilgars neef. Ik weet het. En de Farad'n die ik op een dag ga doodsteken is nauw met mij verwant. Denk je dat dat mijn mes zal tegenhouden?'

'We hebben een distrans gehad. Niemand volgt zijn groep.'

Ghanima zei met zachte stem: 'Hier komt niets goeds van, Harah! We zouden meteen moeten vertrekken.'

'Heb je een voorteken gezien?' vroeg Harah. 'Die dode worm die we zagen! Was data'

'Prop die in je buik en baar die elders!' schreeuwde Ghanima woedend. 'Noch deze ontmoeting, noch dit oord bevalt me. Is dat niet genoeg?'

'Ik zal tegen Stilgar zeggen wat jija'

aIk zal het hem zelf wel vertellen!' Ghanima beende Harah voorbij die achter haar rug het teken van de hoorns van de worm maakte om onheil af te weren.

Maar Stilgar lachte alleen om Ghanima's angst en beval haar zandforel te gaan zoeken alsof ze een van de kinderen was. Ze vluchtte een van de verlaten huizen van de djedida binnen en kroop in een hoek waar ze ging zitten mokken. Maar de emotie ging vlug weer over; ze voelde dat de innerlijke levens zich roerden en ze herinnerde zich dat iemand gezegd had: 'Als we ze op hun plaats kunnen houden, zullen de zaken verlopen volgens ons plan.' Wat een eigenaardige gedachte.

Maar ze kon zich niet herinneren wie die woorden had gezegd.

Kinderen van Duin
titlepage.xhtml
Kinderen van Duin_split_000.htm
Kinderen van Duin_split_001.htm
Kinderen van Duin_split_002.htm
Kinderen van Duin_split_003.htm
Kinderen van Duin_split_004.htm
Kinderen van Duin_split_005.htm
Kinderen van Duin_split_006.htm
Kinderen van Duin_split_007.htm
Kinderen van Duin_split_008.htm
Kinderen van Duin_split_009.htm
Kinderen van Duin_split_010.htm
Kinderen van Duin_split_011.htm
Kinderen van Duin_split_012.htm
Kinderen van Duin_split_013.htm
Kinderen van Duin_split_014.htm
Kinderen van Duin_split_015.htm
Kinderen van Duin_split_016.htm
Kinderen van Duin_split_017.htm
Kinderen van Duin_split_018.htm
Kinderen van Duin_split_019.htm
Kinderen van Duin_split_020.htm
Kinderen van Duin_split_021.htm
Kinderen van Duin_split_022.htm
Kinderen van Duin_split_023.htm
Kinderen van Duin_split_024.htm
Kinderen van Duin_split_025.htm
Kinderen van Duin_split_026.htm
Kinderen van Duin_split_027.htm
Kinderen van Duin_split_028.htm
Kinderen van Duin_split_029.htm
Kinderen van Duin_split_030.htm
Kinderen van Duin_split_031.htm
Kinderen van Duin_split_032.htm
Kinderen van Duin_split_033.htm
Kinderen van Duin_split_034.htm
Kinderen van Duin_split_035.htm
Kinderen van Duin_split_036.htm
Kinderen van Duin_split_037.htm
Kinderen van Duin_split_038.htm
Kinderen van Duin_split_039.htm
Kinderen van Duin_split_040.htm
Kinderen van Duin_split_041.htm
Kinderen van Duin_split_042.htm
Kinderen van Duin_split_043.htm
Kinderen van Duin_split_044.htm
Kinderen van Duin_split_045.htm
Kinderen van Duin_split_046.htm
Kinderen van Duin_split_047.htm
Kinderen van Duin_split_048.htm
Kinderen van Duin_split_049.htm
Kinderen van Duin_split_050.htm
Kinderen van Duin_split_051.htm
Kinderen van Duin_split_052.htm